Beknopte beschrijving van de UN/EDIFACT berichtstructuur
Ik zal hierna beknopt de UN/EDIFACT Standaaard proberen uit te leggen. Achtereenvolgens zullen de volgende onderwerpen aan bod komen:
- enkele belangrijke karakters
- de verschillende structuurelementen
- een beschrijving van de structuur
- de positiebepaling, status en herhalende factor van structuurelementen
- de compressieregels
enkele belangrijke karaktertekens
- Segment einde teken = apostrophe ‘
- Segment tag en data element separator = plus sign +
- Component data element separator = colon :
- Release character = question mark ? herstelt de betekenis van het daaropvolgend teken
Voorbeeld: 10?+10=20 betekent 10+10=20
de structuurelementen
De structuur van een EDIFACT bericht is vastomlijnd en bestaat uit een aantal verplichte en optionele elementen. De belangrijkste bouwsteen van een EDIFACT bericht is het segment en de structuur waaraan een bericht moet voldoen is daarom vastgelegd in segment tabellen. Deze tabellen beschrijven welke segmenten in een bericht voorkomen en in welke volgorde.
Een eenvoudig voorbeeld van zo’n segment tabel ziet er als volgt uit:
Hereafter I will briefly explain the UN/EDIFACT standard and discuss the following topics:
- the different elements of the structure
- a description of the structure
- the position, status and repetition factor of the structure elements
- the compression rules
important character sets
- Segment terminator = apostrophe ‘
- Segment tag and data element separator = plus sign +
- Component data element separator = colon :
- Release character = question mark ? immediately preceding one of the characters ‘ + : ? restores their normal meaning.
Example: 10?+10=20 means 10+10=20
the structure elements
The structure of an EDIFACT message is fixed and contains a number of mandatory and conditional elements. The most important building block of an EDIFACT message is the segment and hence the structure is defined in segment tables. These tables show which segments are used in the message and the order in which the segments must occur.
A simple example of such a segment table looks as follows:
In bovenstaand voorbeeld is het segment met de segment tag RFF een trigger segment voor de segment groep 1 en eveneens voor de segment groep 3.
Een segment is een geordende verzameling van functioneel bij elkaar horende stand-alone of composite data elementen. Het segment BGM, zie voorbeeld hieronder, bestaat uit twee composite data elementen en twee stand-alone data elementen. Een composite data element is een samengesteld data element en bestaat uit een opeenvolging van data elementen.
A segment is uniquely identified using a segment tag and the position in the message.
In the above example the segment with the segment tag RFF is a trigger segment of the segment group 1 and also of the segment group 3.
A segment is a collection of logically related stand-alone or composite data elements in a fixed, defined sequence. The segment BGM, see example below, contains two composite data elements and two stand-alone data elements. A composite data element contains a combination of several data elements.
